Archive for the 'mijn columns' Category

Een babypop uit de doos |COLUMN

Ik woon in Rotterdam en bij ons om de hoek staat een groot Marokkaans warenhuis met van alles en nog wat. Serviezen van glas en plastic met bloemenpatronen of gewoon wit. Dertig verschillende theepotten. Pannen, theebladen, bestek, dekbedden, waterkokers, huwelijks- en kraamcadeaus. En al deze spullen zijn van de grond af opgestapeld, tot aan het plafond. Loop je met je kinderwagen door een van de gangpaden, dan loop je vast. Tussen al die spullen staat ook een verdwaalde babypop in een plastic verpakking. Het is een pop zonder haar en met een bijzonder griezelig gezicht. “Moet je kijken”, zeg ik tegen mijn kinderen, die ook mee zijn. “Deze pop is niet blij”. Mijn dochter van vier begint te springen. “Die wil ik hebben mama! Echt, die wil ik mam!” Ze stuitert door de winkel van blijdschap. “Maar deze pop kijkt toch helemaal niet lief” zeg ik haar. “Ja, maar mam. Die pop wil niet meer in de doos zitten. Ze wil er nu meteen uit!”

De stekker eruit, de bezem erdoorheen! |COLUMN

Nog twee weken en dan komt ons derde kindje. Het is een bijzondere tijd terwijl je wacht op een kind.

Ik heb nu al bijna twee weken afstand genomen van het digitale leven. De afgelopen maanden heb ik zo hard gewerkt dat ik echt even moest afkicken om mij te kunnen richten op het ongeboren kind. En natuurlijk is het heerlijk om je terug te trekken; soms een beetje eenzaam. Iedereen om mij heen gaat druk door met leven en voor mij lijkt het of alles stilstaat.

Ik heb last van bijverschijnselen: verzamelwoede, schoonmaakgekte, een kort lontje, slapeloze nachten, kopzorgen van wat ik allemaal nog moet. Mijn plan was om deze tijd te gebruiken mijn blog te ordenen, twitter-ideeën op te doen en Facebook te vullen met Dolly-boekjes. Maar ik kan me er niet toe zetten. Mijn hoofd doet zo gek.

Ik heb alles gekocht of geleend voor als ons kindje straks komt. En ik heb onnodig veel ruzie gemaakt met mijn lieve man, over de dingen die nog moeten worden geregeld. Tussendoor eet ik Rennies om mijn maag te kalmeren – dat kind drukt zo op mij – en heb ik de afgelopen week ons huis geboend en gesopt, met de meest bijtende middelen die je kunt bedenken. Alsof ons kind dat wat uitmaakt.

Waar ik nu nog mee zit is het geboortekaartje. Ook dat zal ons kind een worst zijn natuurlijk. Ik denk er maar niet meer aan. Ik zal nog een keer de computer aanzetten om die kaart te ontwerpen. Na 15 augustus is alles hopelijk weer normaal en weet ik eindelijk wie ons kind is.

“Hoe teken ik een poppetje” in FlowMagazine!

Het boekje ‘Hoe teken ik een poppetje’ maakte ik speciaal voor FlowMagazine. Caroline Buijs schreef het artikel “Ik kan niet tekenen”. Een tijd geleden kwam Caroline bij mij thuis langs in Rotterdam. We hadden een leuk gesprek over waarom ik van tekenen mijn vak gemaakt heb. Eigenlijk is het simpel. Ik teken mijn hele leven al, met heel veel plezier. Ik heb nooit opgegeven en altijd goed gekeken naar wat andere illustratoren maken.

Hier een paar pagina’s uit het “Hoe teken ik een poppetje” boekje in FlowMagazine.

Illustraties Caroline Ellerbeck

Tekenen kan heel lastig zijn als je er niet uitkomt maar als je je tekening een tijdje laat liggen en een dag later weer doorgaat wordt het altijd beter. Ik zie dan ook meteen wat er nog mist of wat er aangepast moet worden. Doorklooien heeft geen zin, nooit doen! Als ik het even niet meer weet ga ik echt wat anders doen. Ik verzamel plaatjes tot in de gloria maar gooi ze ook weer weg, anders word ik er gek van. Teveel mooie plaatjes leidt af.

Als ik een opdracht krijg begin ik nooit meteen met tekenen. Ik denk er eerst over na. Hoe zal ik het aanpakken? Er zijn zoveel verschillende manieren om een goed resultaat te krijgen. Welke vorm ik kies zet ik eerst op een rijtje in mijn hoofd. Zo ontstaat een duidelijk concept dat past bij de opdracht of mijn eigen idee. Ik ga op zoek naar passende plaatjes en onder het fietsen, douchen, televisie kijken of koken valt alles op zijn plek. Met heel veel zin ga ik uiteindelijk aan het werk en dan wordt het toch weer anders als in mijn hoofd. Je kunt het van tevoren niet verzinnen, je moet het toch altijd zien!

Het leukste van mijn werk is dat het voor mij ook altijd een verrassing is hoe mijn tekening zal worden! Het is altijd weer spannend wat ik ga maken. Vroeger werd ik daar zenuwachtig van maar nu weet ik dat er altijd iets goeds uitkomt.

“Kunstenaar? Nee dat nooit …” |COLUMN

Mijn zoon, hij is zes, gaat sinds dit schooljaar naar groep drie van de basisschool. Hij is net begonnen met lezen en schrijven. Afgelopen maandagochtend fietsten we samen naar school en komen we langs de dierentuin. Daar moet je altijd een bruggetje over. Het valt ons allebei op dat er in het water beelden staan die we eerder niet gezien hadden. Het zijn abstracte beelden, felgekleurd in verschillende vormen. “Hee, mam, kijk, Kunst in het water!” Ja, ik zie het ook, en denk: opletten ventje niet teveel om je heen kijken. “Ik wil zeker geen kunstenaar worden hoor, mam”, zegt mijn zoon. “Als je een kunstenaar bent, moet je alles zelf verzinnen. Je neemt bijvoorbeeld een balletje klei en twee rietjes en dan nog een balletje klei en twee luciferhoutjes en dan moet je daar iets van maken.” Ik begrijp hem helemaal. Genoeg materiaal maar geen idee wat te maken, helderder kun je het niet uitleggen. Het is precies wat ik ook altijd zo lastig vind. Ik zeg verder niks. “Nee”, zei hij, “ik wil zeker niet naar de Kunstacademie hoor! Ik wil gewoon een opdracht, dat iemand zegt wat ik moet maken en dan maak ik dat.” We zijn nu bij zijn school. Mijn zoon zet zijn fietsje tegen het hek en loopt vrolijk de school binnen. Voor hem is het duidelijk: kunstenaar, dat nooit!

Een afgekloven potloodje |COLUMN

Alex van Warmerdam exposeert in het Schiedams museum. De eerste 100 bezoekers krijgen een persoonlijk presentje van de kunstenaar. Daar ga ik voor!

Ik sta dus als allereerste op de stoep van het Schiedams museum. Het is zondagochtend vijf voor tien, ik heb mijn jengelende peuter van twee meegenomen. Ik wil dat presentje niet mislopen.

De mevrouw achter de kassa is nog niet helemaal geïnstalleerd; ik geef haar mijn museumjaarkaart en vraag naar het presentje. Het lijkt alsof ze van niks weet.

De eerste 100 bezoekers krijgen na afloop het aankondigingspostertje. Ben ik daar helemaal voor gekomen op dag een. Ik zou iets persoonlijks krijgen, geen reclamemateriaal. De mevrouw achter de kassa kan er natuurlijk ook niks aan doen. De hele rij is teleurgesteld maar niemand laat iets merken, inclusief ikzelf. Ik had gehoopt op een gesigneerd boekje van de tentoonstelling met een persoonlijke zin, een handdruk van de kunstenaar zelf of een afgekloven potlood in een zakje.

Een maand later ben ik een paar dagen in Amsterdam. Op een van de avonden ga ik samen met een vriendin uit eten. Alex van Warmerdam staat in de hal met zijn vrouw, die anders zo dik lijkt maar in het echt veel slanker is. Dit is mijn kans!

Hij is een doodgewone man. Je ziet niet aan hem dat hij kan schilderen. Een doorsnee man met grijs haar. Niks aan. We lopen onopvallend voorbij en vinden een plek bij de deur. “Zag je dat, Alex van Warmerdam staat op de gang, je moet echt even kijken.” Mijn vriendin spiekt door het ruitje in de deur. Staat hij er nog? Ik ga zelf ook nog een keer kijken: ja hij staat er nog. Hij is heel anders dan in het echt. Of eigenlijk andersom, hij is nu in het echt veel gewoner. Ik ga nog een keer kijken, hij staat er nu nog. Ik zou wel willen zeggen dat ik zijn werk mooi vind maar wie ben ik. Ik ga nog een keer kijken, hij staat er nog. En even later is hij echt weg.

Het moment om die meneer op de gang te vragen of hij een afgekloven potloodje voor mij heeft is voorbij ….

………………………………………………………………………………

Een afgekloven potloodje |COLUMN

Alex van Warmerdam exposeert in het Schiedams museum. De eerste 100 bezoekers krijgen een persoonlijk presentje van de kunstenaar. Daar ga ik voor!

Ik sta dus als allereerste op de stoep van het Schiedams museum. Het is zondag vijf voor tien, ik heb mijn jengelende peuter van twee meegenomen. Ik wil dat  presentje niet mislopen!

De mevrouw achter de kassa is nog niet helemaal geïnstalleerd; ik geef haar mijn museumjaarkaart en vraag naar het presentje. Het lijkt alsof ze van niks weet.

De eerste 100 bezoekers mogen na afloop het aankondigingspostertje meenemen. Ben ik daar helemaal voor gekomen op dag een. Ik zou iets persoonlijks krijgen, geen reclamemateriaal. De mevrouw achter de kassa kan er natuurlijk ook niks aan doen. De hele rij is teleurgesteld maar niemand laat iets merken, inclusief ikzelf.

Het presentje zit mij dwars. Ik had gehoopt op een gesigneerd boekje van de tentoonstelling met een persoonlijke zin, een handdruk van de kunstenaar zelf of een afgekloven potlood in een zakje.

Een maand later ben ik een paar dagen in Amsterdam. Op een van de avonden ga ik samen met een vriendin uit eten. Alex van Warmerdam staat in de hal met zijn vrouw, die anders zo dik lijkt maar in het echt veel slanker is. Dit is mijn kans! Hij is veel kleiner en ook minder smal, eigenlijk een doodgewone man. Je ziet niet aan hem dat hij kan schilderen; gewoon een doorsnee man met grijs haar.

We lopen onopvallend voorbij en vinden een plek bij de deur. “Zag je dat, Alex van Warmerdam staat op de gang, je moet echt even kijken.” Mijn vriendin spiekt door het ruitje in de deur. Staat hij er nog? Ik ga zelf ook nog een keer kijken: ja hij staat er nog. Hij is heel anders dan in het echt. Of eigenlijk andersom; hij is nu in het echt veel echter, gewoon een man. Ik ga nog een keer kijken, hij staat er nu nog. Ik zou wel willen zeggen dat ik zijn werk mooi vind maar wie ben ik.

Ik ga nog een keer kijken, hij staat er nog. En even later is hij weg.
Het moment om die meneer op de gang te vragen of hij een afgekloven potloodje voor mij had is voorbij ….


.…………………………………………………………………………………………………..

Voor altijd kwijt |COLUMN

Ik doe mijn werk op de computer, eigenlijk alles. Eerst vond ik het lastig maar nu ik de juiste progamma’s onder de knie heb is er geen weg terug. En dat is fijn want mijn werk ziet er nu altijd fris uit. Je print een kladje uit en het lijkt ergens op. En als het printje kwijt is print ik het opnieuw uit. Ik heb wel van iedere tekening gemiddeld 30 versies met de meest gekke namen, van “schets 01 tot voorbeeld 78” en ergens in het midden “idee 03 mapje 43”. Dus als ik iets wil terugvinden is het even zoeken maar het is altijd wel ergens.

Niet zo lang geleden heb ik spontaan een prachtig mooi tekeningetje gemaakt op papier, een klein mensfiguurtje. Ik tekende het poppetje op de rand van de krant. Heb het uitgescheurd en zorgvuldig bewaard in mijn papieren agenda. Dit tekeningetje is echt heel bijzonder.

Ik maak soms wel eens iets op papier. Maar ik vind het altijd zo lastig om te beslissen wanneer de tekening echt klaar is. Ik ga er dan te lang aan door, soms zo lang totdat er uiteindelijk niks van over blijft. Het wordt rommelig en lelijk, bah. Als ik het moment wel aanvoel dat het bijna af is moet er meestal toch nog iets bij, ik durf niet.. doe toch… en dan is het verpest. Prop in de prullenbak grrrrr.

Bij mijn bijzondere tekeningetje wist ik wél wanneer het klaar was. Precies op het juiste moment! Het tekeningetje ligt nu op de tafel. Het is terechtgekomen op de stapel “goed bewaren” tussen allemaal stapeltjes papier, bonnen, rekeningen en ook wat andere kleine spulletjes.

Ik kom thuis, het is al donker, op de gang hoor ik gelach uit de huiskamer. Ik hoor het goed er is bezoek, gezellig! Er staat een fles wijn open op tafel. Wat gezellig hier thuis bij mij “denk ik”, zo heerlijk opgeruimd? En dan opeens zie ik op de tafel achter de plant een enorme berg papier. O neeeeeee, het papiertje met mijn mooie tekeningetje, waar is het!!!! Nergens te vinden…. Het bezoek druipt af. De avond is verloren, mijn mooiste tekeningetje is nergens meer te vinden, zelfs niet in de afvalbak. Dit kleine tekeningetje had mijn leven kunnen veranderen.

………………………………………………………………………………………………………………………….


Nieuwsbrief

Doe mee met 1.138 andere volgers

Kleursprookjes

Dollyboekjes

Apps